Tijdregistratie: wat werkgevers moeten doen

De prikklok komt weer in de mode: al in 2019 stelde het Europese Hof van Justitie onomwonden vast dat de arbeidstijd van alle werknemers geregistreerd moet worden (C-55/18). In september 2022 heeft het Bundesarbeitsgericht (het hoogste Duitse arbeidshof) dat in een opzienbarende uitspraak ook voor Duitsland vastgelegd (zaaknummer: 1 ABR 22/21). Maar wat betekent deze uitspraak precies voor werkgevers? En wanneer moet de regeling worden ingevoerd? Wij beantwoorden de belangrijkste vragen.
Wat heeft het Bundesarbeitsgericht werkelijk besloten?
In Duitsland bestaat een plicht om arbeidstijd te registreren (1ABR 22/21). Het pikante daaraan: volgens het BAG bestond die plicht al vóór de uitspraak. De president van het Bundesarbeitsgericht, Inken Gallner, onderbouwt de plicht van werkgevers om de arbeidstijden van hun personeel systematisch te registreren met de uitleg van het Duitse Arbeitsschutzgesetz (wet op de arbeidsbescherming) in het licht van het prikklokarrest van het Europese Hof van Justitie (HvJ EU).
Het Europese Hof van Justitie had in mei 2019 de Europese arbeidstijdenrichtlijn zo uitgelegd dat de EU-lidstaten een objectieve en betrouwbare registratie van de arbeidstijd moeten waarborgen. Op dit arrest van het HvJ EU verwijst het BAG in zijn in december 2022 gepubliceerde motivering. In het Duitse Arbeitszeitgesetz (arbeidstijdenwet) was tot dan toe juist geen algemene registratieplicht vastgelegd, alleen een plicht voor overuren.
Om te verklaren waarom dat ineens anders zou zijn, grijpt het BAG naar een kunstgreep. Het legt § 3 lid 2 nummer 1 Arbeitsschutzgesetz "Europeesrechtconform" uit. Dat artikel bepaalt eigenlijk alleen uitdrukkelijk dat werkgevers moeten zorgen voor een passende organisatie en de nodige middelen ter beschikking moeten stellen om de veiligheid en gezondheid van het personeel op het werk te waarborgen. Volgens de nieuwe rechtspraak houdt dat nu ook in dat arbeidstijden moeten worden vastgelegd.
Wanneer begint de plicht tot tijdregistratie?
Volgens het BAG is die al begonnen, en wel voor alle werkgevers, ongeacht hun omvang. "Als je de Duitse arbeidsbeschermingswet uitlegt met inachtneming van de maatstaf van het Europese Hof van Justitie, dan bestaat er al een plicht tot registratie van de arbeidstijd", verklaart Bundesarbeitsgericht-president Gallner. Op grond van artikel 3 zijn werkgevers nu al verplicht "een systeem in te voeren waarmee de door de werknemers gewerkte tijd kan worden geregistreerd". Volgens het Duitse Arbeitszeitgesetz hoeven tot nu toe alleen overuren en zondagsarbeid te worden gedocumenteerd, niet de volledige arbeidstijd. Het Bundesarbeitsgericht baseert zich echter niet op de arbeidstijdenwet, maar op de arbeidsbeschermingswet. Dat heeft voor werkgevers in elk geval één voordeel: omdat deze wet alleen boetes voorziet bij overtreding van bevelen van de overheid, zijn boetes pas te verwachten zodra zulke bevelen worden uitgevaardigd.
Wat moeten werkgevers nu doen?
Werkgevers zijn uiterlijk sinds de publicatie van de BAG-uitspraak verplicht de arbeidstijd van hun medewerkers te registreren. Volgens het BAG kunnen ze die plicht ook aan de medewerkers delegeren. In elk geval blijven zij verantwoordelijk voor een daadwerkelijke en correcte registratie, bijvoorbeeld door regelmatige steekproeven. Leidinggevenden zijn volgens het BAG uitgezonderd van de registratieplicht, al is in de praktijk vaak lastig vast te stellen wie daaronder valt. Of de registratie digitaal moet gebeuren of op papier mag, is omstreden. Hoe dan ook moeten bedrijven werkbare oplossingen voor tijdregistratie inrichten.
In welke vorm moet de arbeidstijd worden geregistreerd?
Bij het "hoe" hebben werkgevers voorlopig nog speelruimte. Zo bevestigt het BAG dat de registratie aan de werknemers kan worden gedelegeerd en dat de werkgever de wijze van registreren mag bepalen. Een elektronische registratie schrijft het BAG tot nu toe niet voor. Het systeem moet alleen de gegevensbescherming, veiligheid en gezondheid van de werknemers waarborgen. Het Bundesarbeitsministerium (federaal ministerie van Arbeid) had destijds echter al een wettelijke regeling aangekondigd (zie hieronder voor de actuele stand). In het regeerakkoord staat daarover: "In dialoog met de sociale partners onderzoeken wij welke aanpassingen wij nodig achten in het licht van de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie over het arbeidstijdenrecht." En op de BAG-motivering reageerde het ministerie meteen met een eigen standpunt, waarin het onomwonden stelt: "Na de beslissing van het BAG moet de volledige arbeidstijd worden geregistreerd."
Hoe zit het met vertrouwensarbeidstijd en thuiswerken?
Al na het arrest van het HvJ EU uit 2019 kwam de vertrouwensarbeidstijd (werken zonder vaste tijdscontrole) ter discussie te staan. De werkgeversvereniging Gesamtmetall verklaarde haar zelfs al "praktisch dood". In oktober 2022 besliste vervolgens het Landesarbeitsgericht München (regionaal arbeidshof), dat werkgevers ook bij vertrouwensarbeidstijd een overzicht van de gewerkte uren moeten hebben. De ondernemingsraad heeft volgens het hof het recht zulke informatie op te vragen (Az. 29 BV 61/21). Deskundigen verwachten over het algemeen ingrijpende gevolgen voor mobiele werktijdmodellen en thuiswerken. Ook daar moeten de tijden voortaan worden geregistreerd. Vooral de nieuwe werktijdmodellen schreeuwen om nieuwe, digitale vormen van tijdregistratie.
Is deze ontwikkeling een voor- of nadeel voor werknemers?
De rechters willen in elk geval de positie van werknemers beschermen. Met zijn arrest uit 2019 wilde het HvJ EU werknemers uitdrukkelijk beschermen tegen ontoelaatbaar lange werktijden. Ook voor BAG-president Inken Gallner is "tijdregistratie ook bescherming tegen uitbuiting door anderen en door jezelf". Anderzijds gaat door het voorschrift flexibiliteit verloren en brengt de registratie extra werk met zich mee.
En waar liggen de problemen voor werkgevers?
Werkgevers vrezen dat de registratieplicht overschrijdingen van de in het Arbeitszeitgesetz vastgelegde maximale arbeidstijd aan het licht kan brengen. Volgens § 3 Arbeitszeitgesetz mag de arbeidstijd per werkdag niet meer dan acht uur bedragen. Die kan worden verlengd tot maximaal tien uur, als gemiddeld over zes maanden of 24 weken acht uur per werkdag niet wordt overschreden. Daarom pleiten brancheverenigingen zoals Dehoga ervoor om bij een wetswijziging over te stappen van dagelijkse naar wekelijkse maximale arbeidstijden. Dat zou bedrijven en werknemers meer flexibiliteit bieden en is volgens de EU-arbeidstijdenrichtlijn mogelijk.
Is de uitspraak voor alle branches even relevant?
Nee. Lagelonensectoren zoals de horeca of koeriersdiensten worden slechts in beperkte mate door de beslissing geraakt, omdat voor de meeste medewerkers sowieso al de registratieplicht uit het Mindestlohngesetz (wet op het minimumloon) geldt. Voor werknemers met hogere inkomens heeft de BAG-uitspraak echter directe gevolgen.
Stand van de hervorming in september 2026
Een wet die de registratie van arbeidstijd uitdrukkelijk in het Arbeitszeitgesetz regelt, is nog niet aangenomen. Volgens de IHK Rhein-Neckar ligt er een conceptwetsvoorstel van het Bundesarbeitsministerium. Dat voorziet erin dat begin, einde en duur van de arbeidstijd in principe elektronisch en op de dag van de arbeid worden vastgelegd. Cao-partijen moeten bovendien een wekelijkse in plaats van een dagelijkse toetsing van de maximale arbeidstijd kunnen afspreken. Voor kleinere bedrijven zijn langere overgangstermijnen gepland; microbedrijven zouden ook in de toekomst niet-elektronisch mogen registreren. Tot er een nieuwe wettelijke regeling is, geldt de plicht uit de BAG-uitspraak.